Page content

Wachtgeldregeling burgerambtenaren Defensie

Al een aantal keer eerder werd op www.pensioenweblog.nl geschreven over de wachtregeling voor burgerambtenaren Defensie. Deze regeling kende een einddatum op de 65-jarige leeftijd. Als gevolg van het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd, ontstond hierdoor een inkomensgat. Immers, de wachtgeldregeling sloot niet langer aan op de AOW. Daarbij komt dat het ABP heeft besloten om de ingang van het pensioen te koppelen aan de AOW-gerechtigde leeftijd. In het kader van het inkomensgat, is op

1 oktober 2015 een voorziening getroffen om dat inkomensgat te beperken. Een onderdeel van deze regeling was, dat de deelnemer er voor moest kiezen om zijn pensioen bij het ABP te vervroegen (naar de 65-jarige leeftijd).

De Centrale Raad van Beroep heeft in 18 juli 2016 geoordeeld dat de beëindiging van het wachtgeld op 65-jarige leeftijd, rekening houdend met de voorlopige voorziening van 1 oktober 2015 ongerechtvaardigd onderscheid o.g.v. leeftijd is. Er is volgens de Centrale Raad van Beroep sprake van een “excessieve inbreuk op de gerechtvaardigde aanspraken”.

Op 4 januari 2017 besluit het Ministerie van Defensie om de regeling inzake het wachtgeld nog altijd op 65-jarige leeftijd te laten eindigen, maar bepaalt dat de compenserende maatregel wordt aangepast, in die zin dat een hogere compensatie wordt toegekend, dan op grond van de regeling uit 2015, ter hoogte van de netto AOW-uitkering verhoogd met een compensatie voor het mogelijk vervroegd laten ingaan van het ouderdomspensioen. In een aanvullend besluit van 4 juli 2017, is nog een aanvulling op deze compensatie opgenomen. In dit besluit is bepaald dat als het inkomen vanaf de 65-jarige leeftijd netto minder is dan 90% van zijn gerechtvaardigde aanspraak vóór het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd, dan wordt de tegemoetkoming aangevuld tot aan de in het besluit opgenomen 90%.

De Centrale Raad van Beroep heeft zich uitgelaten over dergelijke compensaties en geoordeeld dat er sprake is van onderscheid naar leeftijd, maar dat de gekozen compensatie objectief gerechtvaardigd is. Immers, het gehanteerde middel (handhaven van de wachtgeldregeling op de 65-jarige leeftijd + compensatie) is niet kennelijk ongeschikt om doel te bereiken. Er is niet langer sprake van “een excessieve inbreuk op gerechtvaardigde aanspraken”. Het ministerie heeft gesteld dat er dus niet langer sprake is van verboden onderscheid naar leeftijd.

In de onderhavige kwestie stelt eiser nu dat er met de compenserende maatregel verboden onderscheid wordt gemaakt naar burgerlijke staat, nu uit wordt gegaan van de feitelijke AOW-bedragen en die zijn afhankelijk van burgerlijke staat. Dit onderscheid is niet bij wet voorzien. Daarnaast is eiser van mening dat er onderscheid naar arbeid / arbeidsvoorwaarden wordt gemaakt, omdat de beloning verschillend is. De rechtbank volgt eiser niet. In alle gevallen wordt uitgegaan van de gerechtvaardigde aanspraak op grond van de oude situatie. Dat is een gelijke behandeling. Daarbij is de Rechtbank van mening dat onderscheid binnen AOW (dus de toets aan de feitelijke situatie) ook is toegestaan, nu dit verband houdt met het feit dat echtgenoten op grond van de wet een afdwingbare zorgverplichting jegens elkaar hebben. De compenserende maatregelen zijn wel als arbeidsvoorwaarden aan te merken, maar er is geen sprake van ongelijke behandeling, zo oordeelt de Rechtbank, weer op dezelfde grond als het oordeel over de burgerlijke staat.
Rechtbank Gelderland, 20 december 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6631

Comment Section

0 reacties op “Wachtgeldregeling burgerambtenaren Defensie

Plaats een reactie


*


Phoenix WebsitePhoenix Website