Page content

article content

Vernieuwing pensioenstelsel

Volgens het kabinet Rutte III was het Nederlandse pensioenstelsel ernstig aan vernieuwing toe. dat weten we pas sinds kort.
‘Om uit te leggen wat er gaat veranderen, moeten we eerst kijken naar hoe het nu is. Met name de invloeden die er nu op ons pensioenstelsel inwerken, zijn daarbij belangrijk. Als eerste is er de vergrijzing. Er zijn in Nederland steeds meer en steeds oudere mensen.’

De totale periode waarover pensioenen moeten worden uitgekeerd is dus toegenomen met 5 jaar.

Vergrijzing

Toen het Nederlandse pensioenstelsel en de aow werden ingevoerd in de periode na de Tweede Wereldoorlog, werden mensen aanzienlijk minder oud. In 1957, toen we min of meer kwamen tot de situatie zoals die nu is, was de levensverwachting van een 65-jarige man 79,5 jaar en voor een vrouw was deze 80,7 jaar. Inmiddels is de levensverwachting van mannen 84 en voor vrouwen 86,5 jaar. De totale periode waarover pensioenen moeten worden uitgekeerd is dus toegenomen met 5 jaar! De leeftijd waarop mensen met pensioen mochten en aow-gerechtigd werden, groeide echter niet mee. Kennis: ‘Er kwam steeds meer druk op het stelsel en de situatie was op de lange termijn nauwelijks nog houdbaar. Daarom besloot het kabinet dat de leeftijd waarop mensen recht krijgen op een aow-uitkering vanaf 2013 zou stijgen van 65 naar 67 jaar. Inmiddels is bekend dat de aow-gerechtigde leeftijd per 2024 op 67 jaar zal liggen en daarna zal stijgen met 8 maanden voor elk jaar dat de Nederlandse bevolking gemiddeld ouder wordt.’

Een veranderende arbeidsmarkt

In 1957 was het nog heel normaal om het hele werkzame leven bij een en dezelfde werkgever te blijven. Die tijd is inmiddels voorbij. We hebben 0-urencontracten, flexwerkers, zzp’ers en allerlei andere soorten werknemers die niet vast verbonden zijn aan een werkgever. De opbouw van het inkomen voor de oude dag verloopt daarom ook langs verschillende pensioenfondsen, pensioenverzekeraars en natuurlijk de SVB. Kennis: ‘Dit heeft gevolgen voor de solidariteit en maakt het voor de mensen onduidelijker wat men op pensioendatum of als men overlijdt gaat krijgen’. Met name D66 vond dat onacceptabel.’

De invloed van rente

De laatste jaren is de rente laag. Door de lage rentes is ook de koopkracht gedaald, zijn de pensioenpremies gestegen en bleef er onder de streep niet meer over dan in de jaren daar voor. Dat is mede te danken aan de wetten en regels die Nederland heeft voor het pensioen. ‘Het huidige stelsel gaat uit van nominale zekerheid. Tegen de tijd dat de werknemer met pensioen gaat, krijgt hij gegarandeerd een bepaald bedrag uitgekeerd. Om de schokken van financiële veranderingen op te kunnen vangen, vraagt de overheid om buffers. Die buffers zijn er om te garanderen dat er straks ook daadwerkelijk uitgekeerd kan worden. Die zekerheid, daar zijn we in Nederland erg aan gaan hechten. Maar we willen ook nog mee kunnen bewegen met de inflatie en welvaartsgroei. Daarom willen we graag dat de pensioenfondsen indexeren. Maar indexeren mag pas als er een buffer is van 110 procent. Met de huidige rentestand is dat voor veel pensioenfondsen onmogelijk. Dat is de laatste jaren steeds meer gaan knellen.’

‘Vroeger hadden we een eindloonstelsel. Carrièremakers kregen daarmee een hoger pensioen dan hun minder ambitieuze leeftijdsgenoten. Daarna volgde het middelloonstelsel. Waarbij het loon, gerekend over de gehele carrière leidt tot een pensioenuitkering van het gemiddelde loon over die jaren. Maar tegenwoordig gaat het niet alleen meer over de uitkering, het gaat ook over de premies die worden ingelegd.

Het hele stelsel op z’n kop

Kennis adviseert in zijn dagelijks leven werkgevers, vakbonden en ondernemingsraden. Hij kan de argumenten voor en tegen het huidige stelsel allebei verdedigen. Kennis: ‘Maar wat ik vaak zeg is dat het huidige stelsel niet heilig is. We zijn het zo gaan behandelen, met name door al die garanties en zekerheden. Dan kunnen we wel, zoals wel eens wordt voorgesteld, alle rekenregels gaan veranderen. Maar dat is niet de oplossing. We hebben de afgelopen 50 à 60 jaar wel onderhoud gepleegd aan het stelsel, maar we hebben nooit vernieuwd. Dat is wat er nu gaat gebeuren. We moeten het hele vakgebied opnieuw uitvinden. Het hele stelsel gaat op z’n kop.’

Persoonlijk en robuust

Er is al een aantal keer door D66 gesteld dat het Nederlandse pensioenstelsel persoonlijker en robuuster moest worden. Maar die twee woorden kregen steeds maar weinig duiding. Met het nieuwe pensioenakkoord is eindelijk duidelijker wat hiermee wordt bedoeld. Eigenlijk draait het allemaal om vertrouwen. Kennis: ‘de generatie van werknemers die nu 35 jaar of jonger is, gelooft niet meer in pensioenen. Ze denken dat ze nooit meer iets terug zullen zien van de premies die ze nu inleggen. Om hun heen werd steeds gezegd dat het allemaal wel goed zou komen, terwijl ondertussen de pensioenpremies bleven stijgen en hun ouders met een pensioengat kwamen te zitten.’

Minder zekerheid, meer kansen

Kennis vindt juist dat voor de jongeren het nieuwe stelsel beter wordt. ‘We laten het idee van een aantal zekerheden rond de uiteindelijke pensioenuitkering los en een vervangen dat met zekerheden rond de premie. Want de zekerheid rond de pensioenuitkering was te duur en zorgde voor te weinig kansen voor indexering. Dat betekent wel dat we mogelijk straks lagere pensioenuitkeringen hebben, maar het betekent ook dat we straks juist misschien wel een veel hogere pensioenuitkering hebben. Het zal overigens niet zo zijn, zoals veel jongeren denken, dat ze helemaal niets meer krijgen. Sterker de pensioeninleg zal voor de jongeren juist toenemen’.

Actiepunten salarisprofessionals

Voor salarisprofessionals is er flink werk aan de winkel. Alle pensioenregelingen moeten op de schop. De huidige middelloonregeling wordt afgeschaft, hier moet een nieuw soort pensioencontract voor worden afgesloten. Dat betekent dat de bestaande regelingen moeten worden aangepast. Daarnaast zijn alle werkgevers verplicht om een transitieplan te maken. Daarin staat wat er gaat gebeuren, welke overgangsregelingen er zijn en hoe dat gaat verlopen voor de individuele werknemer. Maar waar het meeste werk in gaat zitten, is de implementatie. Kunnen de nieuwe systemen met elkaar overweg, hoe fixen we issues die ontstaan en hoe informeren we de werknemers? Mogelijk moeten er ook nieuwe procedures en werkwijzen worden vastgesteld.

Een punt dat veel mensen vergeten, wil Kennis toch nog even aanstippen: ‘een aantal mensen gaan door de langzamer stijgende aow-leeftijd juist eerder weg. Vaak is de ontslagdatum de dag waarop de aow ingaat. Mensen die voorheen nog enkele maanden hadden voor de overdracht en afsluiting zien de ontslagdatum eerder op zich afkomen. Daarnaast vragen werknemers zich af hoe hoog hun pensioen nu wordt. Salarisprofessionals kunnen daar een signalerende functie in hebben binnen de organisatie.’

Comment Section

0 reacties op “Vernieuwing pensioenstelsel

Plaats een reactie


*


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.