Wet Toekomst Pensioenen
Marcel Suylen
04/25/2026
3 min
0

Wat is een goede vlakke premie in nieuwe pensioenregelingen?

04/25/2026
3 min
0

Een grote meerderheid van pensioenspecialisten ziet de relatief lage vlakke premie van gemiddeld 10 tot 13% in nieuwe Wtp-proof dc-regelingen als een probleem. Het kan volgens hen leiden tot pensioenarmoede.

Gemiddeld komt de nieuwe vlakke premie voor nieuwe individueel dc-regelingen, die rechtstreeks bij een ppi of verzekeraar zijn afgesloten, uit op ongeveer 13% van de pensioengrondslag. Dit is de totale werkgevers- en werknemerspremie. Er zitten ongeveer 1,6 miljoen werknemers in deze regelingen bij verzekeraars en ppi’s.

Volgens recente cijfers van de AFM is bij acht van de tien regelingen de premie lager dan 15% en bij zes van de tien zelfs lager dan 10%. Dat is aanmerkelijk lager dan de gemiddelde spaarpremie bij pensioenfondsen van ongeveer 23% van de grondslag. Volgens sommigen is ook 23% premie overigens onvoldoende voor de opbouw van een fatsoenlijk pensioen.Een te lage premie kan op termijn leiden tot pensioenarmoede.

Bijna 90% van de experts die meededen met de enquête vindt de vlakke premies in de nieuwe basisregeling te laag. Meer dan driekwart ziet een premie van 16% als een minimumniveau, meer dan de helft vindt dat een premie van minimaal 20% nodig is voor een goed pensioen. Over een ‘goed pensioen’ zegt driekwart dat dit 75% van het gemiddeld verdiende salaris zou moeten zijn of meer.

Eén van de oorzaken van de lage premie is volgens de ondervraagden dat werkgevers bij het omzetten van hun oude naar een Wtp-regeling niet méér premie willen betalen. De oude regelingen zijn van oudsher gebaseerd op leeftijdsafhankelijke premiestaffels. Voor een groot deel blijven die in stand voor de huidige werknemers vanwege de eerbiedigende werking waar veel werkgevers voor kiezen. Op middellange en lange termijn zullen door uitstroom van deze werknemers de pensioenkosten voor werkgevers dalen. Maar als werkgevers vasthouden aan budgetneutraliteit op korte termijn, dan leidt dit voor nieuwe werknemers tot lage (vlakke) premiepercentages.

Drie jaar geleden waarschuwde de AFM al voor de lage premies in dc-regelingen bij verzekeraars en ppi’s. In een onderzoek naar de zogeheten ‘grijze vlek’ concludeerde de toezichthouder dat bij deze groep het risico bestaat dat zij teleurgesteld zijn in hun latere pensioenuitkering.

Pensioenarmoede

Adviseurs vinden de lage premie problematisch. De ondervraagden signaleren dat werknemers zich niet bewust zijn van de effecten van de lage premie en dat de lage premie kan leiden tot toekomstige pensioenarmoede. Deze term is niet hetzelfde als ‘armoede’ in de zin van het sociaal minimum, maar kan meer worden gezien als een ‘tegenvallend pensioen’.

Het pensioeninkomen is dan waarschijnlijk te laag om de eigen levensstandaard gelijkwaardig voort te kunnen zetten, aldus senior pensioenadviseur Martijn Visser in zijn presentatie op de KPS-bijeenkomst. Dat kan veel mensen rauw op hun dak vallen, omdat zonder adequate begeleiding, velen van hen ervan uitgaan dat het Nederlandse pensioenstelsel zo goed is dat je je levensstandaard wél kunt volhouden, stelt dagvoorzitter Jack Borremans. Borremans is voorzitter van de KPS-werkgroep pensioenadvies, zorgplicht en Wft. Visser maakt eveneens deel uit van deze werkgroep.

Behalve de lage premie spelen andere zaken een rol bij het ontstaan van pensioenarmoede, benadrukt Visser. Zo leidt de massale belangstelling van werkgevers voor de eerbiedigende werking tot een financieel nadeel voor jongere medewerkers van deze werkgevers. In een rekenvoorbeeld van Visser wordt duidelijk dat een werknemer van 34 jaar pas in het leeftijdscohort van 60-65 jaar enig financieel voordeel heeft van de eerbiedigende werking.

Het nadeel ontstaat doordat de vlakke premie van 13% lange tijd hoger is dan de premie in een oplopende staffel. ‘Dat leidt direct tot een pensioentekort’, stelt Visser. ‘Voor medewerkers jonger dan 45 jaar is een voortgezet dienstverband tot aan pensioendatum niet reëel.’

Sommige werkgevers, die kiezen voor de vlakke premie voor alle medewerkers, opteren voor compensatie (voor het gemis aan toekomstige hoge premies) buiten het pensioendomein. Maar volgens Visser is het allerminst zeker dat werknemers deze compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van extra salaris, vervolgens bijsparen in de pensioenregeling of in een derde pijlerproduct zullen storten.

Oplossingen

Martijn Visser geeft een aantal oplossingsrichtingen om te komen tot een beter pensioen. Zo pleit hij voor een verplicht kwaliteitslabel voor een pensioenregeling, dat eenvoudig te begrijpen is. In zijn presentatie lijkt dat label op het energielabel van witgoedproducten: A++ voor een premie van 30% tot H met een premie van 3%. Daarnaast moet de werknemer een meer nadrukkelijke rol krijgen bij de keuze voor de eerbiedigende werking, vindt Visser. ‘Nu ligt het primaat nog bij de werkgever.’ Het kabinet heeft het idee voor een pensioenlabel meermaals verworpen.

Daarnaast moet de financiële weerbaarheid van werknemers omhoog, vindt Visser. Adequate keuzebegeleiding vanuit de werkgever moet volgens hem verplicht worden en de politiek moet de ‘fiscale boete’ op pensioenadvisering via de werkgever schrappen. ‘Ik vind dat een straf op adequate keuzebegeleiding.’ Dat laatste lijkt vooralsnog buiten bereik. De Tweede Kamer stemde onlangs tegen een motie hierover van BBB-Kamerlid Henk Vermeer.

Meer informatie nodig, vul het contactformulier in.


Reacties
Categorieën